Ook in de toekomst willen we dat onze cliënten goede zorg krijgen. Hiervoor is het noodzakelijk dat begeleiders nog meer gaan samenwerken met vrijwilligers en verwanten. Bij de Rondweg 62 op de LosserHof – een van de proeftuinlocaties van het programma Samen werken aan samenwerken – gingen begeleiders, verwanten en vrijwilligers hierover met elkaar in gesprek.
Wat begint met vragen en soms zelfs weerstand, groeit uit tot meer openheid, vertrouwen en praktische samenwerking.
Teammanager Hannie, medewerker Merle en verwant Wendy vertellen – ieder vanuit hun eigen perspectief.

Hannie, teammanager: 

‘Aan het begin van het jaar kwamen we voor het eerst bij elkaar: bijna het hele team, tien verwanten en onze twee vrijwilligers. Ook een vrijwilligerscoördinator, een geestelijk verzorger en een systeemtherapeut waren erbij. We stonden tijdens die bijeenkomst in elkaars schoenen: we dachten steeds vanuit een ander perspectief (cliënt, verwant, medewerker, vrijwilliger) na over bepaalde onderwerpen. Dat deden we in gemengde groepjes.
Je merkt dat sommige begeleiders dachten: wij zijn ervoor opgeleid, en straks komt een familielid dat alles mag doen. Die spanning is begrijpelijk. Het is belangrijk om te benadrukken dat dit geen vervanging van zorg is, maar ondersteuning.

De ouders en andere verwanten van de cliënten op dit adres zijn al erg betrokken. Er wonen hier best veel jongere cliënten. Hun ouders zijn ook nog relatief jong, en willen en kunnen veel doen. Dat maakt het samenwerken misschien eenvoudiger.
Het is de bedoeling dat er op alle groepen meer wordt samengewerkt. Dat kan lastiger zijn als de meeste verwanten op leeftijd zijn en minder kunnen doen.

Dit team is al een stapje verder dan veel andere teams. Wij merken nu al wat meer samenwerking oplevert. Wat ik tegen deze andere teams wil zeggen, is: begin gewoon, plan zo’n bijeenkomst. Het is heel laagdrempelig, want je onderzoekt welke ontwikkeling je samen kunt maken als groep. En ken je de verwanten nog niet goed en kennen zij elkaar ook niet? Zorg er dan eerst voor dat je elkaar leert kennen. Plan een leuke activiteit.’

Het is belangrijk om te benadrukken dat dit geen vervanging van zorg is, maar ondersteuning

Merle, persoonlijk begeleider:

‘Voorafgaand aan de bijeenkomst wist ik dat sommige verwanten en collega’s weerstand voelden. Ik snapte dat, want zelf had ik die ook. Ik zag voor me dat ik ’s ochtends bewoners uit bed moest halen met een verwant naast me. Ik was bang dat ouders voortdurend op de groep zouden zijn en dat ze de zorgtaken van ons zouden moéten overnemen. Als professionals kijken we namelijk anders naar cliënten dan familieleden. We zien andere dingen.

Mijn gedachten veranderden toen ik – nog vóór de bijeenkomst – hoorde dat het niet de bedoeling was dat verwanten ons werk zouden overnemen. Niemand móest iets. Dat stelde me gerust.

De meeste verwanten van deze groep doen al veel, maar vooral voor hun eigen familielid. Zo gaan best veel bewoners in weekenden of met de feestdagen naar hun ouderlijk huis. Of verwanten komen langs om activiteiten met ze te doen.

Door de bijeenkomst ontdekten we dat er meer mogelijk is. Dat zit ook in kleine dingen. Zo zijn de zondagochtenden hier best druk: er komen veel verwanten op visite. Als begeleiders voelden we ons verplicht om verwanten koffie aan te bieden, terwijl we dachten: ze mogen ook gerust zelf wat pakken. Tijdens de bijeenkomst bleek dat verwanten dat ook graag wilden, maar niet wisten of het mocht.

We leerden om dingen uit te spreken en niet voor elkaar in te vullen. We voelen ons nu vrijer om iets te vragen. De nieuwe groepsapp helpt daar enorm bij. Voorheen benaderden we iedereen apart. Nu zetten we vragen in de ‘hart en handen-app’. Zoals huifkarrijden; wie wil dat zijn of haar kind hieraan meedoet? En moeten wij als begeleiders de organisatie regelen of kan een verwant dit doen? Of als we een uitstapje willen organiseren: moeten we dan een bus huren, of zijn er verwanten die willen rijden – want sommigen hebben zelf een rolstoelbus, wat natuurlijk heel handig is.
Verwanten kunnen zelf aangeven of ze tijd hebben.

Er gebeuren nu al mooie dingen. Zo gaf een toch al betrokken tante van een cliënt aan dat ze soms wel voor de hele groep blokfluit wil spelen, in plaats van alleen voor haar neef.
Ook de twee vrijwilligers geven aan dat we ze vaker mogen vragen. Dat wisten we eerst helemaal niet.

Ik vind het belangrijk dat verwanten betrokken zijn bij de zorg. Uiteindelijk kennen zij de cliënt het beste, omdat ze hem of haar al vanaf de eerste dag kennen. Juist samen kijken wat het beste is, is goed, want samen kom je zoveel verder.
Daarnaast is het voor de bewoners goed dat er méér mensen zijn dan alleen begeleiders. Want wij hebben een andere band met hen. De band tussen de verwanten en onze cliënten kunnen wij niet evenaren. Cliënten willen soms ook een kus krijgen, even naar hun ouderlijk huis gaan of broertjes en zusjes zien.
En voor onze cliënt die geen familie heeft, is daar de vrijwilliger. Wij maken vaak een wandeling of doen activiteiten met deze cliënt, maar de vrijwilliger kan rustig een uur met haar op pad.

Het durven vragen, de openheid – het moet wel blijven. Samenwerken moet vanzelfsprekend worden. Dan is het voor toekomstige verwanten ook logisch om hierin mee te gaan.’

Uiteindelijk kennen verwanten de cliënt het beste, omdat ze hem of haar al vanaf de eerste dag kennen.

Wendy, moeder van Thijn:

‘Ik kreeg de uitnodiging voor de bijeenkomst en vond hem eerst wat onduidelijk. Wat bedoelen ze met ‘samenwerken’? Moeten wij straks bijspringen omdat er personeelstekort is?
Al snel bleek dat het anders zat. Het ging niet om moeten, maar om samen kijken wat mogelijk is. En dat is niet zo ingewikkeld. We zien bijvoorbeeld dat medewerkers het druk hebben. Daarom zeiden we: app ons als jullie handjes nodig hebben. Als wij toch op bezoek komen, kunnen we best een uurtje eerder komen. Of meegaan met een wandeling.

Toen Thijn hier kwam wonen, voelden we meteen de openheid en liefde. De bewoners zijn onderdeel van het gezin. Maar toch voelde ik een bepaalde schroom om iets te vragen. Sinds de bijeenkomst is dat anders. Ik voel me vrijer en minder bezwaard. Het liep al goed, maar het kon nog beter. Het vertrouwen was er al. Daar hoefde niet eerst aan gewerkt te worden.

Vanuit dat vertrouwen konden we ook echt stappen zetten. Na de bijeenkomst is een werkgroep gestart. Samen met andere ouders, begeleiders en medewerkers pakken we ideeën op. Zo hebben we een groepsapp opgezet en werken we nu aan een plan voor een nieuwe tuin. We willen er een echte belevingstuin van maken. We hebben al een ontwerp en denken na over de financiering. Een rolstoeltrampoline lijkt ons bijvoorbeeld geweldig.

De tuin is een groot project, maar het gaat om meer. Ik hoop dat we ideeën blijven bedenken. Dat het niet alleen van begeleiders komt. Daarvoor moet er een band ontstaan tussen verwanten onderling en met medewerkers. Als die band goed is, blijf je open naar elkaar en kun je alles bespreken.’

Ik hoop dat we ideeën blijven bedenken. Dat het niet alleen van begeleiders komt

Wendy, Merle en Hannie

Lees meer ervaringsverhalen