De dochter van Tom woont in een groepswoning aan de Brusselstraat in Hengelo. In dit huis wonen kinderen, jongeren en (jong)volwassenen met een ernstige verstandelijke beperking, die dagelijks intensieve zorg en begeleiding nodig hebben. Marieke werkt er als persoonlijk begeleider. Wat deze plek bijzonder maakt, is dat ouders en andere verwanten steeds nauwer samenwerken met de begeleiders, wat voor beide partijen fijn en waardevol is.

Marieke:

‘Aan de Brusselstraat wonen verschillende groepen cliënten. Op huisnummer 57 zijn dat jongeren van 18 tot 21 jaar, terwijl op nummer 59 juist volwassenen tussen de 32 en 57 jaar wonen. Beide woningen zijn van oorsprong een kindergroep: twee bewoners van nummer 59 kwamen hier ooit als jonge kinderen wonen. Hun ouders waren toen al nauw betrokken en zijn dat nu nog steeds. Dat werkt aanstekelijk. Andere verwanten zien hoe waardevol het is om mee te doen en raken zelf ook betrokken.

Toch is er sinds kort iets veranderd. De grootste omslag kwam toen Puck en Sanne bij ons kwamen wonen. Hun ouders wilden veel doen voor hun dochters. Een van de moeders stelde voor om een groepsapp voor verwanten te starten. Al snel vroegen ze aan het team hoe ze konden helpen, en onderzochten ze zelf wat zij konden betekenen voor de groep. Zo ontstond het idee om samen een nieuwe achtertuin aan te leggen. Het project zorgde ervoor dat de samenwerking steeds hechter werd.

Naast de tuin zijn er meer initiatieven. Zo helpen verwanten meerdere keren per week met wassen, koken en allerlei dagelijkse klusjes. En ze organiseren leuke activiteiten, zoals een buurt-BBQ en open huis. Alles gebeurt op vrijwillige basis; niemand wordt ergens toe verplicht.
Eens in de zes weken is er een verwantenoverleg, waar ook persoonlijk begeleiders bij aanwezig zijn. En bij het laatste half uur van onze teamvergaderingen schuift altijd een verwant aan. Zo blijven we op de hoogte van elkaar en houden we de lijntjes warm.

Vooral in de zomer was die samenwerking onmisbaar, toen er tijdelijk te weinig personeel was. In de zorg konden verwanten natuurlijk niet ondersteunen, maar ze konden wél koken of een stukje wandelen met bewoners.
Ik herinner me nog het moment dat ik plotseling alleen op de groep stond. In de appgroep van verwanten vroeg ik of iemand mij kon komen helpen. Even later stonden er vijf verwanten voor de deur. Dat was echt een kippenvelmoment.

Natuurlijk is niet elke ouder of verwant op dezelfde manier actief betrokken en dat hoeft ook niet. We benadrukken altijd dat meedoen ook in kleine dingen zit. Zoals de zus van een van de bewoners die elke zondag komt: ze wandelt met haar zus, helpt daarna bij het eten, en geeft ons daarmee de ruimte om aandacht te besteden aan de andere bewoners. Maar ook een bewoner die even naar huis gaat of die een tijdje mag beeldbellen met een familielid: al die momenten maken verschil.

We benadrukken altijd dat meedoen ook in kleine dingen zit.

Ik snap dat het voor zorgmedewerkers lastig is om verwanten te vragen om ondersteuning. Ik vond dat ook. Je leert dit niet in je opleiding. Bovendien speelde bij mij de gedachte: Als je om hulp vraagt, kun je het blijkbaar niet alleen en doe je het verkeerd. Maar eigenlijk moet je het omdraaien: Hoe kunnen verwanten jou en je team ondersteunen, zodat je je werk nóg beter kunt doen? Vanuit die blik voelt het niet als een teken van zwakte, maar juist als kracht. Dankzij hun inzet hebben wij meer tijd voor persoonlijke zorg en aandacht.

Ik kan me nu niet meer voorstellen dat we het allemaal zonder ouders en andere familieleden zouden moeten doen. Zelfs de grote schoonmaak, die vier keer per jaar gehouden wordt, is een zegen; wij komen daar gewoonweg niet aan toe.

Voor ons team, maar ook voor de bewoners, voelt het heel natuurlijk dat verwanten een rol spelen. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: goede zorg voor de bewoners. Voor mij is dat de cliënt, voor een verwant is dat een zoon, dochter, broer of zus.’

Tom:

‘Onze dochter Sanne woont sinds januari in de groepswoning, dat is nu zo’n acht maanden. Toen ze hier kwam, was ze zeventien; inmiddels is ze achttien jaar. Vanaf de eerste dag ging het goed. Sanne voelde zich snel thuis in de groep. Elke zondagochtend halen we haar op, en dan blijft ze tot dinsdag bij ons. Daarna hebben we van dinsdag tot zondag ineens weer veel vrijheid. Dat voelt heel anders, omdat we nu als partners én samen met onze zoon meer kunnen ondernemen, terwijl dat eerder door de zorg voor Sanne vaak lastig was.

Voor ons was het wonen bij een woongroep nieuw. Sanne had immers altijd thuis gewoond. Dus moesten we in het begin even zoeken: hoe werkt dat, mogen we zomaar binnenlopen? Gelukkig bleek dat te mogen. We voelen ons heel welkom en kunnen altijd langskomen.

Onze betrokkenheid komt vanzelf. We willen graag deel uit blijven maken van Sannes leven. Dat we het team geregeld ondersteunen, voelt daarom niet als een verplichting, maar als iets dat we graag doen. Daarbij helpt het dat we dichtbij wonen.

In het voorjaar zijn we begonnen met de tuin. We vonden dat die wel wat aandacht kon gebruiken en een fijnere plek mocht worden voor de bewoners. De aanleiding was een cheque die een andere vader via zijn werk kreeg. Dankzij een crowdfunding-actie van het team werd het bedrag nog groter, waardoor we echt iets moois konden neerzetten. Ik ben gevraagd de coördinatie op mij te nemen: wensen inventariseren, schetsen maken, bedrijven benaderen en contact houden met de organisatie. Iedereen die ik sprak, reageerde enthousiast en wilde graag bijdragen. Met name de ondersteunende afdelingen van De Twentse Zorgcentra waren ontzettend behulpzaam en dachten actief mee.

Het resultaat mag er zijn: een onderhoudsvriendelijke tuin die uitnodigt om er te zitten en te genieten. Ik kan enorm blij worden van de foto’s die Marieke of haar collega’s in de groepsapp delen: bewoners die schommelen of samen in de tuin zitten. Dat we dit project als ouders en andere verwanten hebben gedragen, voelde vanzelfsprekend. Het team had hier geen tijd voor, maar dit konden wij juist wél doen. Als verwanten kunnen we niet helpen met de zorg, maar wel met alles eromheen.

Door samen op te trekken, ontstaat er meer wederzijds begrip, betrokkenheid en werkplezier.

In de zomerperiode werd het pure noodzaak dat wij en andere verwanten er waren om te helpen. We deden wat we konden en mochten doen, want uiteindelijk is de zorg voor de mensen hier prioriteit nummer één.

Wat ik voor de groep – maar vooral voor mijn dochter – doe, geeft me meer energie dan dat het kost. Ik vind het fijn dat ik op deze manier kan bijdragen aan een plek waar Sanne zich thuis voelt.
Als ouders en verwanten merken we dat onze samenwerking met het zorgteam niet alleen bijdraagt aan de kwaliteit van zorg voor de bewoners, maar ook een positieve uitstraling heeft op het team zelf. Door samen op te trekken, ontstaat er meer wederzijds begrip, betrokkenheid en werkplezier. We zien dat dit helpt om het werk werkbaarder en prettiger te maken en dat het team zich gesteund voelt. Dit heeft zelfs invloed op het personeelstekort, dat voorheen lastig op te vullen was; nieuwe medewerkers voelen zich welkom in een omgeving waar samenwerking en waardering centraal staan.’

Lees meer ervaringsverhalen