Na binnenkomst op het communicatiekantoor steekt Inge meteen van wal met een mooi verhaal over een cliënt. Wat een enthousiaste collega heb ik tegenover me. Ik zet de dictafoon aan en breng de aandacht even terug naar haar. Maak kennis met Inge. Zij vertelt meer over de cliënten en het werk bij Boerderijpad 1 op Zorgpark ’t Bouwhuis.

Inge begon 42 jaar geleden haar carrière in de zorg. Jaren later werkte ze avonddiensten in een verpleeghuis, terwijl ze thuis kleine kinderen had. Haar buurvrouw vertelde dat ze op het Bouwhuis bij haar buurgroep op zoek waren naar iemand die af en toe een weekenddienst wilde draaien. Of dat niet iets voor haar was? Zo stapte Inge hier binnen. Inmiddels werkt ze al 24 jaar bij De Twentse Zorgcentra. Haar vaste werkplek is altijd Boerderijpad 1-3 geweest.

 

 

Van haar ene gezin naar het andere

Volgens Inge waren de zorgvragen vroeger minder complex dan nu. Ze nam zelfs weleens haar zoontje mee naar het werk. “Dat kon in die tijd prima”, vertelt ze. “Ik zei weleens: ik ga van mijn ene gezin naar mijn andere gezin. Zo voelde dat.” In die tijd kwam iedereen op Sinterklaasavond gewoon naar de groep. Onbetaald speelden medewerkers Sinterklaas of Piet, simpelweg omdat ze dat gezellig vonden. Jarenlang werkte Inge op Boerderijpad 3, maar toen meerdere nieuwe bewoners op nummer 1 voor extra uitdaging zorgden, maakte ze drie jaar geleden officieel de overstap naar Boerderijpad 1. “Ik hou wel van een beetje reuring.”

Boerderijpad 1-3 is een geschakelde woning. Beide huisnummers bieden ruimte aan zes cliënten. Zij hebben een eigen slaapkamer en delen een woonkamer, keuken en badkamer. De cliënten hebben een ernstige verstandelijke beperking (EVB) en vertonen moeilijk verstaanbaar gedrag. Een cliënt kan zich verbaal niet uiten, maar wel dingen duidelijk maken. Er woont ook een cliënt die alleen klinkers uitspreekt. Vaste medewerkers kunnen goed met haar communiceren, maar voor nieuwe collega’s is dat vaak een uitdaging. Dat kan spanning geven bij de cliënt.

 

“Veel gedrag dat een bewoner laat zien, heeft een boodschap. Aan jou de taak om die te ontdekken en daarop in te spelen.”

 

Het belang van een vast gezicht

Bij sommige bewoners spelen extra factoren mee, zoals autisme of hechtingsproblematiek. Juist voor deze doelgroep is stabiliteit en duidelijkheid belangrijk. Hoe waardevol is het dan dat Inge een van de vertrouwde gezichten op de groep is. Inge vertelt dat iemand haar ooit vertelde dat een cliënt gedurende zijn of haar leven gemiddeld ongeveer 500 verschillende gezichten ziet. Vooral voor mensen met hechtingsproblematiek kan dat ingewikkeld zijn. Dat collega’s van wonen en dagbesteding steeds intensiever gaan samenwerken, heeft voordelen voor de cliënten. Juist die samenwerking draagt bij aan de continuïteit en het vertrouwen die voor deze doelgroep zo belangrijk zijn. Dat Inge daar veel waarde aan hecht, is duidelijk merkbaar. Ze verteld mij dat toen zij enige tijd afwezig was vanwege een schouderblessure, ze merkte wat haar terugkeer betekende voor een van de cliënten. “Die had die ochtend gehuild van blijdschap omdat ik weer terug was.”

 


 

Eerst observeren, dan doen

Als begeleider van deze doelgroep is het belangrijk om alert te zijn op gedrag en signalen. Er zit een verschil tussen de cognitieve en emotionele ontwikkeling van bewoners, legt Inge uit. Daarbij kan de emotionele leeftijd per dag verschillen. Nieuwe collega’s geeft ze liever niet te veel informatie vooraf. “Als er nieuwe medewerkers komen, willen ze vaak meteen iets doen, bijvoorbeeld koken. Dan zeg ik: ga eerst maar eens op de bank zitten en kijk wat er gebeurt.” Observeren helpt om bewoners echt te leren kennen. Zo wiebelt de een veel met zijn voet wanneer hij spanning ervaart, terwijl een ander juist vaker naar het toilet gaat om rust te zoeken.

Door wisselingen van medewerkers kunnen cliënten soms grenzen opzoeken of moeite hebben om zich te hechten. Juist daarom is het belangrijk om bewoners goed te kennen, zodat je de boodschap achter het gedrag leert herkennen. Rust bewaren is daarbij essentieel. “Veel gedrag dat een bewoner laat zien, heeft een boodschap. Aan jou de taak om die te ontdekken en daarop in te spelen. De ene dag kan iemand misschien 40 procent zelf, terwijl dat op een andere dag nog maar 5 procent is omdat er iets is gebeurd. Dan moet jij voor die andere 95 procent aansluiten. Daarom is ook iedere dag anders.”

 


 

Elke dag is anders

Als je hier werkt, is kennis van de signaleringsplannen onmisbaar. “Wat laat de bewoner zien? Hoe ga ik handelen? Doordat we allemaal op dezelfde manier reageren, halen bewoners daar vertrouwen uit.” Binnen de signalering wordt gewerkt met kleuren. Groen staat voor ontspanning, geel voor oplopende spanning. Op dat moment wordt er de-escalerend gewerkt om rood zoveel mogelijk te voorkomen. Inge vindt het belangrijk om realistisch te blijven. “Het is niet reëel om te denken dat bewoners altijd in het groen blijven. Je hebt zelf ook weleens een mindere dag. Die mogen er ook gewoon zijn.”

De begeleiders stimuleren bewoners om zoveel mogelijk zelf te doen. “Alles wat ze zelf kunnen, doen ze ook zelf.” Zo kleden bewoners zichzelf aan, terwijl begeleiders ondersteuning bieden waar nodig. Er zijn regels op de groep, maar Inge en haar collega’s kijken altijd naar het doel ervan. Zo mocht een cliënt na een instuif op een doordeweekse avond nog een bakje chips eten. “Zelf zet je bij een feestje ook iets lekkers op tafel. Waarom zij niet?”

 

Wil jij ook werken in de gehandicaptenzorg?

Wil je meer weten over de doelgroep moeilijk verstaanbaar gedrag (MVG) of ben je geïnteresseerd in werken op Boerderijpad 1? We horen graag van je!
 
 
Neem contact op