Net gepensioneerd kwam Marianne bij de sportschool in gesprek met een medewerker van De Twentse Zorgcentra. Tussen neus en lippen door vertelde ze dat ze overwoog vrijwilligerswerk te gaan doen. Twee weken later ontving ze een uitnodiging van Paula, een van onze coördinatoren vrijwilligerswerk. Een beetje voor het blok gezet, maar ook nieuwsgierig, nam ze het aanbod om kennis te maken aan. Na het gesprek met Paula maakte Marianne bij Heerlijk Happy, eveneens gevestigd in de ColckHof in Almelo, vrijblijvend kennis met de begeleiders. Ze wist nog niet of dit werk wel bij haar paste. Marianne vertelt: “Tijdens het gesprek kwam een van de cliënten van de dagbesteding binnen. Zij vroeg aan mij of ik hier kwam werken en zei: ‘Mag ik dan ook met jou?’ en sloeg haar armen om me heen. Toen heb ik gelijk ja gezegd. Het was voor mij een onverwacht en emotioneel moment.”

Mijn Happy’s

Eigenlijk was er op dat moment geen plek voor een vrijwilliger bij Heerlijk Happy. Maar door de brede achtergrond van Marianne, die de laatste 30 jaar op kantoor werkte in de verslavingszorg, maar aanvankelijk als uitzendkracht, op kantoor en in horecagelegenheden, een restaurant, een snackbar en een slagerij, werd er een plek gecreëerd. Horeca-ervaring had ze dus al voordat ze bij Heerlijk Happy kwam werken, maar ervaring met het werken met mensen met een verstandelijke beperking had ze nog niet. Een term die Marianne niet graag gebruikt: “Ik vind namelijk niet dat deze mensen een beperking hebben. Ik vind dat ze heel veel mogelijkheden hebben.” Als Amsterdammer is ze gewend om vaak een bijnaam te geven. Als Marianne het met haar vrienden en familie over haar werk heeft, kennen ze de cliënten dan ook niet anders dan onder de liefkozende bijnaam ‘mijn Happy’s’.

Alle aandacht voor de cliënten
Over haar werk zegt Marianne: “Ik ben vrijwilliger, ik kost niets en doe alles. Ik wil ook graag van alles uitproberen en die kans heb ik hier.” Bij Heerlijk Happy helpt ze in de keuken, de bakkerij of in het restaurant. Ze wandelt met cliënten en doet met hen de boodschappen in het winkelcentrum. Ze vindt het leuk om cliënten zo veel mogelijk uit te dagen het werk zelfstandig te doen. Als we haar vragen wat haar werk zo leuk maakt, vertelt ze: “De begeleiders hier moeten de administratie erbij doen, erop letten dat de cliënten hun medicatie innemen en hebben de verantwoordelijkheid. Wat ik doe, is aandacht geven en die krijgen ze voor 100 procent. Dit is wat mijn werk zo leuk maakt: geen baas die het ergens niet mee eens is, maar ik kijk naar ze. Ik probeer dan uit te vinden wat vind jij leuk, wat kan ik voor je betekenen? De ene persoon leer je wat en met de andere maak je grapjes. Ze zijn allemaal anders en dat maakt het wel heel leuk.” Soms duurt het even voordat Marianne contact krijgt, vertelt ze, maar het lukt altijd wel.

Overal inzetbaar, altijd met plezier

Ergens anders bijspringen is voor Marianne ook niet vreemd. Ze werkt een vaste ochtend bij Heerlijk Happy, maar heeft weleens een cliënt van een naburige dagbesteding meegenomen op de duofiets. Ook wordt ze regelmatig door Recreatie gevraagd om te helpen. “Bij elkaar werk ik meer voor Recreatie dan in het restaurant. Als dat in de ColckHof is, is het makkelijk voor iedereen, want ik ken de weg.” Ook het werk dat ze bij Recreatie doet, is heel afwisselend. “De ene keer sta ik achter de bar, de volgende keer ben ik verkeersbegeleider, zet ik een route uit of dans ik met mensen tijdens carnaval. Bij alles wat ik doe, werk ik wel graag met cliënten. Dit werk is het mooiste wat ik ooit gedaan heb, ik had nooit gedacht dat ik dit zo leuk zou vinden.” Toch geeft ze aan dat ze dit werk niet eerder als baan had willen doen, vanwege de tijd die je hebt wanneer je niet verantwoordelijk bent en geen verplichte administratieve taken hoeft te doen.

Tien keer vragen? Geen probleem!

Toen Marianne net begon, kreeg ze een lijst met ziektes en aandoeningen die bij cliënten vaak voorkomen, zonder namen. Ze begon de informatie door te nemen om meer te weten te komen over mogelijke beperkingen, maar stopte daar al snel weer mee. Haar omgeving begreep dat niet, maar Marianne legt uit: “De begeleiders moeten dit weten, niet ik. Ik ben aanvullend en ik hoef die achtergrond niet te weten. Ik wil graag zelf vragen wat ze willen en kom er vanzelf achter wat ze wel of niet kunnen. Dat maakt het spontaner.”  Waar nodig wordt ze natuurlijk wel bijgepraat door de begeleiders. Soms zijn cliënten moeilijk te verstaan. Marianne heeft hierover iets geleerd van een stagiaire en dat overgenomen. Die had gezegd: “Het kan mij niet schelen, al moet ik het 10 keer vragen als ik ze niet versta.” Zo laat je mensen zien dat je ze serieus neemt en ze wilt begrijpen. Soms kijken ze ongeduldig, maar ze herhalen het wel.

Marianne vertelt over een cliënt die in een rolstoel zit en haar na jaren verraste. Ze dacht dat hij niet kon praten en hun contact was altijd vluchtig geweest. Maar toen ze een keer langs hem liep, noemde hij haar bij haar volledige voornaam. Ze wist niet dat hij haar naam kende of zelfs kon praten. “Zo raak je dan wel eigen bij iemand.” Marianne vertelt: “Ik beschouw mijzelf als een soort oma.” Over haar leeftijd gesproken: daarmee wordt ze door een cliënt graag geplaagd. “Ik wandel vaak met haar. Zij praat niet veel, maar vraagt altijd hoe oud ik ben. Ik zeg dan 73 jaar en de volgende keer zegt ze tegen mij dat ik 74 ben. Dan was ik een keer 80 en dan weer 90 jaar. Vandaag vertelde ik haar dat ik geïnterviewd zou worden en moest gaan vertellen over het vrijwilligerswerk dat ik hier doe. Toen zei Monique tegen mij dat er vast gevraagd zou worden hoe oud je bent. En dan ga ik zeggen dat je 74 jaar bent”, zegt ze met een grote lach op haar gezicht.

Kom maar langs!

Ondanks dat Marianne al een tijd gepensioneerd is, bevalt het werk haar nog steeds goed. Ze zegt niet snel nee, omdat ze het zelf leuk vindt om te doen. Op mijn vraag of ze dit de komende tijd nog wil blijven doen, zegt ze: “Tot mijn dood, ik ga hier niet meer weg. Ik woon hier op loopafstand, dan is het heel makkelijk om even te bellen. Ze bellen niet zo vaak, omdat ze mij niet willen lastigvallen. Maar als het nodig is, mogen ze me altijd vragen. Ik loop hier ook langs als ik boodschappen ga doen en voel me erg thuis.” Het werken met mensen met een beperking is Marianne heel erg meegevallen. “Ik liep hier heel makkelijk binnen en heb de mensen alleen maar geweldig gevonden.” Door opmerkingen van anderen merkt Marianne dat mensen vaak niet weten hoe het is om hier te werken. Ze geeft aan: “Als mensen willen weten hoe leuk het hier is, kom maar langs.”