Vrijwilligers Ellen met cliŽnte Tineke

Het klikte meteen tussen vrijwilliger Ellen Peschier en Tineke Roetgerink, bewoonster van De ColckHof in Almelo. “We zijn zelfs op dezelfde dag jarig.”

 

Twaalf jaar geleden ontmoetten ze elkaar voor de eerste keer. Sindsdien komt Ellen (49 jaar) elke donderdag bij Tineke (52 jaar) langs. Dan drinken ze een kopje koffie en gaan ze een stukje wandelen. Week in, week uit, een enkele keer uitgezonderd en vakanties daargelaten. “Als ik eens een keertje op donderdag thuis ben, vragen de kinderen: ‘Moet je niet naar Tineke?’ Donderdag is Tinekedag. Iedereen die mij kent, weet dat het zo is.”

 

De werkgevers die ze de afgelopen jaren had, gaven haar stuk voor stuk zonder enig probleem op donderdag een vrije dag. “Bij Ikea bijvoorbeeld vonden ze het echt heel bijzonder dat ik dit doe.” Inmiddels werkt Ellen als wijkverpleegkundige in de thuiszorg.

 

Motivatie voor vrijwilligerswerk

Ellen reageerde destijds op een krantenadvertentie waarmee een vrijwilliger werd gezocht voor de administratie van een dierenasiel. “Bewust of onbewust - het liep zo - werkte ik niet buitenshuis toen de kinderen klein waren, maar vanaf het moment dat de jongste naar school ging, wilde ik graag iets doen.”

Toen ze op gesprek kwam bij de vrijwilligerscentrale bleek de vacature voor het asiel al te zijn vergeven. Haar oog viel daar op mappen waar ‘Begeleiding verstandelijk gehandicapten’ op stond. “Ik zei: ‘Goh, doen jullie dat ook? Ja, dus. Ze bleken op zoek naar een vrijwilliger die met bewoners van De ColckHof wilde gaan zwemmen, op donderdag. Een van die bewoners was Tineke.”

Dat hebben ze jaren gedaan, samen zwemmen, totdat het zwembad van De ColckHof werd gesloten. Sindsdien trekken ze er op uit. “Het is heel leuk om te doen”, vindt Ellen. “Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend. Het is ook geen verplichting, maar er wordt wel op je gerekend.”

 

Een bekende op Tinekes woongroep

Op Tinekes woongroep kennen ze Ellen ook allemaal - ze is er ten slotte al jaren kind aan huis. “Als ik binnenkom, wil de één wat vertellen, de ander een knuffel. Als we binnen blijven omdat het weer te slecht is, ben ik er voor iedereen een beetje. Tineke vindt dat niet erg.”

Tineke die zittend in haar rolstoel het gesprek aanhoort, wordt steeds ongeduldiger. Haar koffie is op, haar fruitdrank ook. Ze wil naar buiten. Tinekes klanken zijn voor Ellen woorden. “Ik weet niet altijd alles. Af en toe moet ik gokken, maar dan merk ik vanzelf wel of het goed is. We hebben wel echt een klik, ja. Meteen al. Hoe dat komt, weet ik echt niet. Ook met haar zus heb ik dat. Het contact is goed. Laatst toen Tineke was gevallen, kreeg ik van haar een appje dat Tineke haar pols had gebroken. Dat is dan fijn om te weten.”

 

Tineke ziet er met haar papieren muts met palmbomen feestelijk uit vandaag. “Ze draagt altijd dit soort mutsen”, vertelt Ellen. “Dat vindt ze leuk. Vraag me niet waarom. Elke week op vrijdag maakt de leiding een nieuwe. Dan wordt ze ook geschminkt.”

 

Rondje Schelfhorst

“Ben je er klaar voor”, informeert Ellen dan bij Tineke. Ja, helemaal. Dan gaan ze naar buiten, richting winkelcentrum Schelfhorst, de Primera in, waar ze hartelijk worden begroet door een medewerker: “Ha, ben je er weer. Wat een mooie muts heb je op.” Ze maken een rondje door de winkel. Hier kan dat; de gangpaden zijn breed, breed genoeg voor een rolstoel. Daarna zetten ze koers naar supermarkt Dirk. Ellen, terwijl ze Tineke voortduwt: “Ik hoop dat ik dit nog heel lang mag doen.”